Download Free PDF- Traveldictionaries

- usable on android, iphone, smartphone, pc, apple, linux, tablet, usb ...

DUITS
algemeen [v]
- implizieren
met zich meebrengen [v]
- beinhalten
- einschließen
volume [v]
- halten
- fassen
- enthalten
geld [v]
- abhalten
- abziehen
gevoelens [v]
- zurückhalten
omvatten [v]
- umfassen
- einschließen
- beinhalten
- enthalten
ENGELS
algemeen [v]
- connote
met zich meebrengen [v]
- imply
volume [v]
- hold
- contain
geld [v]
- deduct
- hold back
- dock
gevoelens [v]
- hold back
- hold in
- suppress
omvatten [v]
- embrace [formal]
- include
- cover
- comprise
- contain
- comprehend
FRANS
algemeen [v]
- impliquer
- suggérer
met zich meebrengen [v]
- impliquer
- laisser entendre
- sous-entendre
volume [v]
- contenir
geld [v]
- déduire
- retenir
gevoelens [v]
- retenir
- contenir
omvatten [v]
- embrasser
- contenir
- comprendre
- inclure
ITALIAANS
algemeen [v]
- connotare
- implicare
met zich meebrengen [v]
- implicare
- comportare
volume [v]
- contenere
geld [v]
- dedurre
- trattenere
gevoelens [v]
- ritenere
- contenere
omvatten [v]
- abbracciare
- comprendere
- contenere
- includere
SPAANS
algemeen [v]
- connotar
- implicar
met zich meebrengen [v]
- implicar
- suponer
volume [v]
- contener
geld [v]
- deducir
- descontar
gevoelens [v]
- contener
- reprimir
omvatten [v]
- cubrir
- incluir
- comprender
- contener
ZWEEDS
algemeen [v]
- innebära
met zich meebrengen [v]
- innebära
- implicera
volume [v]
- innehålla
geld [v]
- dra av
- dra ifrån
- räkna ifrån
gevoelens [v]
- återhålla
- undertrycka
- hålla inne
omvatten [v]
- omfatta
- innehålla
- inbegripa
- innefatta
PORTUGEES
algemeen [v]
- conotar
- implicar
- sugerir
met zich meebrengen [v]
- significar
volume [v]
- conter
geld [v]
- deduzir
- segurar
- descontar
gevoelens [v]
- segurar
- reprimir
- conter
omvatten [v]
- incluir
- compreender
- cobrir
- conter
- abranger
THESAURUS
opkroppen [v]
- onderdrukken
bedwingen [v]
- beheersen
- intomen
beheersen [v]
- bedwingen
afhouden [v]
- aftrekken
- korten
aftrekken [v]
- afhouden
- korten
- minderen
- verminderen met
beknibbelen [v]
- besparen
- bezuinigen
- korten
- uitsparen
korten [v]
- aftrekken
besluiten [v]
- behelzen
- omvatten
bestaan [v]
- omvatten
bevatten [v]
- behelzen
- omvatten
WERKWOORD
Tegenwoordig en verleden deelwoord
- inhoudend
- ingehouden
Presens
- houd in
- houdt in
- houdt in
- houden in
- houden in
- houden in
Imperfect
- hield in
- hield in
- hield in
- hielden in
- hielden in
- hielden in
Toekomende tijd I
- zal inhouden
- zult inhouden
- zal inhouden
- zullen inhouden
- zullen inhouden
- zullen inhouden
Conditionalis I
- zou inhouden
- zou inhouden
- zou inhouden
- zouden inhouden
- zouden inhouden
- zouden inhouden
Perfectum
- heb ingehouden
- hebt ingehouden
- heeft ingehouden
- hebben ingehouden
- hebben ingehouden
- hebben ingehouden
Voltooid verleden tijd
- had ingehouden
- had ingehouden
- had ingehouden
- hadden ingehouden
- hadden ingehouden
- hadden ingehouden
Toekomende tijd II
- zal ingehouden hebben
- zult ingehouden hebben
- zal ingehouden hebben
- zullen ingehouden hebben
- zullen ingehouden hebben
- zullen ingehouden hebben
Conditionalis II
- zou hebben ingehouden
- zou hebben ingehouden
- zou hebben ingehouden
- zouden hebben ingehouden
- zouden hebben ingehouden
- zouden hebben ingehouden
Imperatief
- -
- houd in
- -
- -
- houdt in
- -
Impressum          Home           Multilingual Databases             PDF-Dictionaries