Tegenwoordig en verleden deelwoord - geheimhoudend - geheimgehouden Presens - houd geheim - houdt geheim - houdt geheim - houden geheim - houden geheim - houden geheim Imperfect - hield geheim - hield geheim - hield geheim - hielden geheim - hielden geheim - hielden geheim Toekomende tijd I - zal geheimhouden - zult geheimhouden - zal geheimhouden - zullen geheimhouden - zullen geheimhouden - zullen geheimhouden Conditionalis I - zou geheimhouden - zou geheimhouden - zou geheimhouden - zouden geheimhouden - zouden geheimhouden - zouden geheimhouden Perfectum - heb geheimgehouden - hebt geheimgehouden - heeft geheimgehouden - hebben geheimgehouden - hebben geheimgehouden - hebben geheimgehouden Voltooid verleden tijd - had geheimgehouden - had geheimgehouden - had geheimgehouden - hadden geheimgehouden - hadden geheimgehouden - hadden geheimgehouden Toekomende tijd II - zal geheimgehouden hebben - zult geheimgehouden hebben - zal geheimgehouden hebben - zullen geheimgehouden hebben - zullen geheimgehouden hebben - zullen geheimgehouden hebben Conditionalis II - zou hebben geheimgehouden - zou hebben geheimgehouden - zou hebben geheimgehouden - zouden hebben geheimgehouden - zouden hebben geheimgehouden - zouden hebben geheimgehouden Imperatief - - - houd geheim - - - - - houdt geheim - -