Download Free PDF- Traveldictionaries

- usable on android, iphone, smartphone, pc, apple, linux, tablet, usb ...

DUITS
aktie [n]
- Sprechen [n]
toespraak [v]
- sprechen
- eine Rede halten
- einen Vortrag halten
woorden [v]
- aussprechen
- sprechen
- reden
taal [v]
- sprechen
een gesprek voeren [v]
- sich unterhalten
- parlieren
- sprechen
- reden
ENGELS
aktie [n]
- speech
toespraak [v]
- speak
- make a speech
woorden [v]
- pronounce
- speak
- talk
taal [v]
- speak
een gesprek voeren [v]
- converse [formal]
- have a conversation
FRANS
aktie [n]
- parole [f]
toespraak [v]
- parler de
- prononcer une allocution
woorden [v]
- prononcer
- parler
taal [v]
- parler
een gesprek voeren [v]
- converser
- s'entretenir avec
- parler avec
- dialoguer
ITALIAANS
aktie [n]
- parola [f]
toespraak [v]
- parlare
- tenere un discorso
woorden [v]
- pronunziare
- pronunciare
- parlare
taal [v]
- parlare
een gesprek voeren [v]
- conversare
- discorrere
SPAANS
aktie [n]
- habla [f]
toespraak [v]
- pronunciar un discurso
woorden [v]
- pronunciar
- hablar
taal [v]
- hablar
een gesprek voeren [v]
- conversar
- dialogar
ZWEEDS
aktie [n]
- talande [n]
- tal [n]
toespraak [v]
- tala
- hålla tal
woorden [v]
- uttala
- tala
- prata
taal [v]
- tala
een gesprek voeren [v]
- konversera
- samtala
PORTUGEES
aktie [n]
- fala [f]
- discurso [m]
toespraak [v]
- falar
- pronunciar-se
- fazer um discurso
- fazer um pronunciamento
woorden [v]
- pronunciar
- falar
taal [v]
- falar
een gesprek voeren [v]
- conversar
- ter uma conversa
THESAURUS
onderhouden [v]
praten [v]
- babbelen
- kletsen
- kouten
- kwebbelen
zeggen [v]
- meedelen
- opmerken
- uitspreken
- verklaren
- verkondigen
- vermelden
- vertellen
pleiten [v]
- verdedigen
reppen [v]
- aanroeren
- gewag maken
uiten [v]
- opperen
- slaken
- uitdrukken
- uitspreken
- zeggen
WERKWOORD
Tegenwoordig en verleden deelwoord
- sprekend
- gesproken
Presens
- spreek
- spreekt
- spreekt
- spreken
- spreken
- spreken
Imperfect
- sprak
- sprak
- sprak
- spraken
- spraken
- spraken
Toekomende tijd I
- zal spreken
- zult spreken
- zal spreken
- zullen spreken
- zullen spreken
- zullen spreken
Conditionalis I
- zou spreken
- zou spreken
- zou spreken
- zouden spreken
- zouden spreken
- zouden spreken
Perfectum
- heb gesproken
- hebt gesproken
- heeft gesproken
- hebben gesproken
- hebben gesproken
- hebben gesproken
Voltooid verleden tijd
- had gesproken
- had gesproken
- had gesproken
- hadden gesproken
- hadden gesproken
- hadden gesproken
Toekomende tijd II
- zal gesproken hebben
- zult gesproken hebben
- zal gesproken hebben
- zullen gesproken hebben
- zullen gesproken hebben
- zullen gesproken hebben
Conditionalis II
- zou hebben gesproken
- zou hebben gesproken
- zou hebben gesproken
- zouden hebben gesproken
- zouden hebben gesproken
- zouden hebben gesproken
Imperatief
- -
- spreek
- -
- -
- spreekt
- -
Impressum          Home           Multilingual Databases             PDF-Dictionaries