Download Free PDF- Traveldictionaries

- usable on android, iphone, smartphone, pc, apple, linux, tablet, usb ...

DUITS
boos maken [v]
- jemanden reizen
- jemanden aufregen
gevoelstoestand [v]
- Sorgen machen
gevoelens [v]
- kränken
- beleidigen
- verletzen
- anstoßen
persoon [v]
- reizen
gedrag [v]
- ärgern
- belästigen
- plagen
- reizen
- stören
- behelligen
irriteren [v]
- ärgern
- belästigen
- irritieren
- verärgern
ENGELS
boos maken [v]
- ruffle someone's feathers [informal]
gevoelstoestand [v]
- bother
gevoelens [v]
- give offense
- cause offense
- give umbrage
persoon [v]
- peeve [informal]
- gall
gedrag [v]
- vex [arch.]
- bother
- annoy
- pester
irriteren [v]
- irritate
- aggravate
- irk
- annoy
- exasperate
- chafe
FRANS
boos maken [v]
- froisser
- irriter
- contrarier
gevoelstoestand [v]
- inquiéter
- ennuyer
gevoelens [v]
- offenser
- froisser
- blesser
- porter ombrage
persoon [v]
- irriter
gedrag [v]
- vexer
- ennuyer
- embêter
- raser [informal]
- importuner
irriteren [v]
- irriter
- énerver
- ennuyer
- embêter
ITALIAANS
boos maken [v]
- far arrabbiare
- irritare
- infastidire
gevoelstoestand [v]
- dare fastidio
- preoccupare
gevoelens [v]
- offendere
- urtare
- ferire
persoon [v]
- indispettire
- irritare
gedrag [v]
- irritare
- infastidire
- seccare
- tormentare
irriteren [v]
- irritare
- dare fastidio
- seccare
- esasperare
SPAANS
boos maken [v]
- irritar
- enfadar
gevoelstoestand [v]
- molestar
gevoelens [v]
- ofender
- dejar resentido
- herir
persoon [v]
- irritar
gedrag [v]
- fastidiar
- enojar
- molestar
- enfadar
irriteren [v]
- irritar
- agravar
- molestar
- exasperar
ZWEEDS
boos maken [v]
- förarga någon
gevoelstoestand [v]
- besvära
- plåga
gevoelens [v]
- stöta
- väcka anstöt hos
persoon [v]
- irritera
gedrag [v]
- förarga
- plåga
- besvära
- tråka
- irritera
- störa
irriteren [v]
- irritera
- reta
- förarga
- tråka
- besvära
- misshaga
- förtreta
PORTUGEES
THESAURUS
hinderen [v]
- irriteren
- storen
WERKWOORD
Tegenwoordig en verleden deelwoord
- ergerend
- geërgerd
Presens
- erger
- ergert
- ergert
- ergeren
- ergeren
- ergeren
Imperfect
- ergerde
- ergerde
- ergerde
- ergerden
- ergerden
- ergerden
Toekomende tijd I
- zal ergeren
- zult ergeren
- zal ergeren
- zullen ergeren
- zullen ergeren
- zullen ergeren
Conditionalis I
- zou ergeren
- zou ergeren
- zou ergeren
- zouden ergeren
- zouden ergeren
- zouden ergeren
Perfectum
- heb geërgerd
- hebt geërgerd
- heeft geërgerd
- hebben geërgerd
- hebben geërgerd
- hebben geërgerd
Voltooid verleden tijd
- had geërgerd
- had geërgerd
- had geërgerd
- hadden geërgerd
- hadden geërgerd
- hadden geërgerd
Toekomende tijd II
- zal geërgerd hebben
- zult geërgerd hebben
- zal geërgerd hebben
- zullen geërgerd hebben
- zullen geërgerd hebben
- zullen geërgerd hebben
Conditionalis II
- zou hebben geërgerd
- zou hebben geërgerd
- zou hebben geërgerd
- zouden hebben geërgerd
- zouden hebben geërgerd
- zouden hebben geërgerd
Imperatief
- -
- erger
- -
- -
- ergert
- -
Impressum          Home           Multilingual Databases             PDF-Dictionaries