Download Free PDF- Traveldictionaries

- usable on android, iphone, smartphone, pc, apple, linux, tablet, usb ...

DUITS
algemeen [v]
- drängeln
duwen [v]
- stupsen
roofvogel [v]
- sich stürzen auf
hoofd [v]
- heftig anschlagen
mes [v]
- stechen
- erstechen
beweging [v]
- stoßen
persoon [v]
- stoßen
ENGELS
algemeen [v]
- jostle
duwen [v]
- jog
roofvogel [v]
- swoop
- swoop down
hoofd [v]
- bash
mes [v]
- stab
- thrust
beweging [v]
- push
- shove
persoon [v]
- thrust
FRANS
algemeen [v]
- bousculer
duwen [v]
- pousser légèrement
roofvogel [v]
- fondre
- piquer
- descendre en piqué
hoofd [v]
- cogner
- frapper
mes [v]
- poignarder
beweging [v]
- pousser
persoon [v]
- pousser avec force
ITALIAANS
algemeen [v]
- spingere
duwen [v]
- spingere leggermente
roofvogel [v]
- piombare
- calare a precipizio
hoofd [v]
- cozzare
- sbattere
mes [v]
- pugnalare
beweging [v]
- spingere
persoon [v]
- spingere
SPAANS
algemeen [v]
- empujar
duwen [v]
- empujar ligeramente
roofvogel [v]
- calarse
hoofd [v]
- golpear fuertemente
mes [v]
- apuñalar
- dar una puñalada
beweging [v]
- empujar
persoon [v]
- empujar
ZWEEDS
algemeen [v]
- knuffa
- skuffa undan
duwen [v]
- stöta till
- puffa till
roofvogel [v]
- slå ned
hoofd [v]
- slå
mes [v]
- sticka
- stöta
beweging [v]
- knuffa
- stöta
persoon [v]
- knuffa
PORTUGEES
algemeen [v]
- empurrar
- dar um empurrão
duwen [v]
- empurrar levemente
- dar um empurrãozinho
roofvogel [v]
- descer
hoofd [v]
- bater
- golpear
mes [v]
- apunhalar
- esfaquear
beweging [v]
- empurrar
persoon [v]
- empurrar
- arrastar
THESAURUS
haperen [v]
- horten
- schokken
- stokken
botsen [v]
- stuiten
duwen [v]
- porren
WERKWOORD
Tegenwoordig en verleden deelwoord
- stotend
- gestoten
Presens
- stoot
- stoot
- stoot
- stoten
- stoten
- stoten
Imperfect
- stiet
- stiet
- stiet
- stieten
- stieten
- stieten
Toekomende tijd I
- zal stoten
- zult stoten
- zal stoten
- zullen stoten
- zullen stoten
- zullen stoten
Conditionalis I
- zou stoten
- zou stoten
- zou stoten
- zouden stoten
- zouden stoten
- zouden stoten
Perfectum
- heb gestoten
- hebt gestoten
- heeft gestoten
- hebben gestoten
- hebben gestoten
- hebben gestoten
Voltooid verleden tijd
- had gestoten
- had gestoten
- had gestoten
- hadden gestoten
- hadden gestoten
- hadden gestoten
Toekomende tijd II
- zal gestoten hebben
- zult gestoten hebben
- zal gestoten hebben
- zullen gestoten hebben
- zullen gestoten hebben
- zullen gestoten hebben
Conditionalis II
- zou hebben gestoten
- zou hebben gestoten
- zou hebben gestoten
- zouden hebben gestoten
- zouden hebben gestoten
- zouden hebben gestoten
Imperatief
- -
- stoot
- -
- -
- stoot
- -
Impressum          Home           Multilingual Databases             PDF-Dictionaries