Download Free PDF- Traveldictionaries

- usable on android, iphone, smartphone, pc, apple, linux, tablet, usb ...

DUITS
woede [v]
- sieden
- kochen
ENGELS
woede [v]
- seethe
FRANS
woede [v]
- bouillonner
- bouillir
ITALIAANS
woede [v]
- bollire
- ribollire
- fremere
SPAANS
woede [v]
- hervir
- bufar
ZWEEDS
woede [v]
- sjuda
- koka
PORTUGEES
woede [v]
- ferver
- soltar fumaça
THESAURUS
briesen [v]
- koken
- sissen
WERKWOORD
Tegenwoordig en verleden deelwoord
- ziedend
- gezoden
Presens
- zied
- ziedt
- ziedt
- zieden
- zieden
- zieden
Imperfect
- ziedde
- ziedde
- ziedde
- ziedden
- ziedden
- ziedden
Toekomende tijd I
- zal zieden
- zult zieden
- zal zieden
- zullen zieden
- zullen zieden
- zullen zieden
Conditionalis I
- zou zieden
- zou zieden
- zou zieden
- zouden zieden
- zouden zieden
- zouden zieden
Perfectum
- heb gezoden
- hebt gezoden
- heeft gezoden
- hebben gezoden
- hebben gezoden
- hebben gezoden
Voltooid verleden tijd
- had gezoden
- had gezoden
- had gezoden
- hadden gezoden
- hadden gezoden
- hadden gezoden
Toekomende tijd II
- zal gezoden hebben
- zult gezoden hebben
- zal gezoden hebben
- zullen gezoden hebben
- zullen gezoden hebben
- zullen gezoden hebben
Conditionalis II
- zou hebben gezoden
- zou hebben gezoden
- zou hebben gezoden
- zouden hebben gezoden
- zouden hebben gezoden
- zouden hebben gezoden
Imperatief
- -
- zied
- -
- -
- ziedt
- -
Impressum          Home           Multilingual Databases             PDF-Dictionaries