Download Free PDF- Traveldictionaries

- usable on android, iphone, smartphone, pc, apple, linux, tablet, usb ...

DUITS
algemeen [v]
- gehen
vertrek [v]
- gehen
- weggehen
- aufbrechen
fysische activiteit [v]
- treten
- gehen
reizen [v]
- fahren
beweging [v]
- sich begeben
ENGELS
algemeen [v]
- go
vertrek [v]
- go
- leave
- move on
- get along
- get going
fysische activiteit [v]
- step
- walk
reizen [v]
- go
beweging [v]
- proceed
- advance
- go
FRANS
algemeen [v]
- aller
vertrek [v]
- partir
- s'en aller
fysische activiteit [v]
- marcher
- faire un pas
- aller à pied
reizen [v]
- aller
- partir pour
beweging [v]
- se diriger
- se rendre
- aller
ITALIAANS
algemeen [v]
- andare
vertrek [v]
- andare
- andarsene
- andare via
fysische activiteit [v]
- camminare
- fare un passo
- andare a piedi
reizen [v]
- andare
beweging [v]
- procedere
SPAANS
algemeen [v]
- ir
vertrek [v]
- marcharse
- irse
fysische activiteit [v]
- dar un paso
- caminar
- ir a pie
reizen [v]
- ir
beweging [v]
- seguir
- continuar
- ir
ZWEEDS
algemeen [v]
-
vertrek [v]
-
- gå iväg
fysische activiteit [v]
-
- kliva
- promenera
reizen [v]
- åka
- resa
- fara
beweging [v]
- fortsätta
- gå vidare
PORTUGEES
algemeen [v]
- ir
vertrek [v]
- ir
- partir
- seguir
- pôr-se a caminho
fysische activiteit [v]
- dar um passo
- andar
- caminhar
reizen [v]
- ir
beweging [v]
- seguir
- dirigir-se
THESAURUS
kunnen [v]
- lukken
- mogelijk zijn
- willen
passen [v]
'm smeren [v]
- aftaaien
- opstappen
- vertrekken
- weggaan
fietsen [v]
- lopen
- reizen
- rijden
- zich begeven
functioneren [v]
- lopen
- werken
WERKWOORD
Tegenwoordig en verleden deelwoord
- gaand
- gegaan
Presens
- ga
- gaat
- gaat
- gaan
- gaan
- gaan
Imperfect
- ging
- ging
- ging
- gingen
- gingen
- gingen
Toekomende tijd I
- zal gaan
- zult gaan
- zal gaan
- zullen gaan
- zullen gaan
- zullen gaan
Conditionalis I
- zou gaan
- zou gaan
- zou gaan
- zouden gaan
- zouden gaan
- zouden gaan
Perfectum
- heb gegaan
- hebt gegaan
- heeft gegaan
- hebben gegaan
- hebben gegaan
- hebben gegaan
Voltooid verleden tijd
- had gegaan
- had gegaan
- had gegaan
- hadden gegaan
- hadden gegaan
- hadden gegaan
Toekomende tijd II
- zal gegaan hebben
- zult gegaan hebben
- zal gegaan hebben
- zullen gegaan hebben
- zullen gegaan hebben
- zullen gegaan hebben
Conditionalis II
- zou hebben gegaan
- zou hebben gegaan
- zou hebben gegaan
- zouden hebben gegaan
- zouden hebben gegaan
- zouden hebben gegaan
Imperatief
- -
- ga
- -
- -
- gaat
- -
Impressum          Home           Multilingual Databases             PDF-Dictionaries