Download Free PDF- Traveldictionaries

- usable on android, iphone, smartphone, pc, apple, linux, tablet, usb ...

DUITS
ENGELS
FRANS
godsdienst [v]
- bénir
- consacrer
- sacrer
ITALIAANS
godsdienst [v]
- benedire
- consacrare
- santificare
SPAANS
ZWEEDS
godsdienst [v]
- välsigna
- signa
- helga
- viga
- inviga
- göra helig
PORTUGEES
THESAURUS
consacreren [v]
- inwijden
begiftigen [v]
- begunstigen
- opschepen
loven [v]
- prijzen
WERKWOORD
Tegenwoordig en verleden deelwoord
- zegenend
- gezegend
Presens
- zegen
- zegent
- zegent
- zegenen
- zegenen
- zegenen
Imperfect
- zegende
- zegende
- zegende
- zegenden
- zegenden
- zegenden
Toekomende tijd I
- zal zegenen
- zult zegenen
- zal zegenen
- zullen zegenen
- zullen zegenen
- zullen zegenen
Conditionalis I
- zou zegenen
- zou zegenen
- zou zegenen
- zouden zegenen
- zouden zegenen
- zouden zegenen
Perfectum
- heb gezegend
- hebt gezegend
- heeft gezegend
- hebben gezegend
- hebben gezegend
- hebben gezegend
Voltooid verleden tijd
- had gezegend
- had gezegend
- had gezegend
- hadden gezegend
- hadden gezegend
- hadden gezegend
Toekomende tijd II
- zal gezegend hebben
- zult gezegend hebben
- zal gezegend hebben
- zullen gezegend hebben
- zullen gezegend hebben
- zullen gezegend hebben
Conditionalis II
- zou hebben gezegend
- zou hebben gezegend
- zou hebben gezegend
- zouden hebben gezegend
- zouden hebben gezegend
- zouden hebben gezegend
Imperatief
- -
- zegen
- -
- -
- zegent
- -
Impressum          Home           Multilingual Databases             PDF-Dictionaries