Download Free PDF- Traveldictionaries

- usable on android, iphone, smartphone, pc, apple, linux, tablet, usb ...

DUITS
kracht [v]
- ausreißen
- herausreißen
voorwerp [v]
- ausreißen
ENGELS
kracht [v]
- tear out
- pull out
voorwerp [v]
- pull out
- rend [literature]
FRANS
kracht [v]
- arracher
voorwerp [v]
- arracher
ITALIAANS
kracht [v]
- strappare
voorwerp [v]
- strappare
SPAANS
kracht [v]
- arrancar
- extraer
voorwerp [v]
- arrancar
ZWEEDS
kracht [v]
- riva ut
- slita bort
voorwerp [v]
- slita
PORTUGEES
kracht [v]
- arrancar
- puxar
voorwerp [v]
- arrancar
THESAURUS
uittrekken [v]
uitrijden [v]
WERKWOORD
Tegenwoordig en verleden deelwoord
- uitrukkend
- uitgerukt
Presens
- ruk uit
- rukt uit
- rukt uit
- rukken uit
- rukken uit
- rukken uit
Imperfect
- rukte uit
- rukte uit
- rukte uit
- rukten uit
- rukten uit
- rukten uit
Toekomende tijd I
- zal uitrukken
- zult uitrukken
- zal uitrukken
- zullen uitrukken
- zullen uitrukken
- zullen uitrukken
Conditionalis I
- zou uitrukken
- zou uitrukken
- zou uitrukken
- zouden uitrukken
- zouden uitrukken
- zouden uitrukken
Perfectum
- heb uitgerukt
- hebt uitgerukt
- heeft uitgerukt
- hebben uitgerukt
- hebben uitgerukt
- hebben uitgerukt
Voltooid verleden tijd
- had uitgerukt
- had uitgerukt
- had uitgerukt
- hadden uitgerukt
- hadden uitgerukt
- hadden uitgerukt
Toekomende tijd II
- zal uitgerukt hebben
- zult uitgerukt hebben
- zal uitgerukt hebben
- zullen uitgerukt hebben
- zullen uitgerukt hebben
- zullen uitgerukt hebben
Conditionalis II
- zou hebben uitgerukt
- zou hebben uitgerukt
- zou hebben uitgerukt
- zouden hebben uitgerukt
- zouden hebben uitgerukt
- zouden hebben uitgerukt
Imperatief
- -
- ruk uit
- -
- -
- rukt uit
- -
Impressum          Home           Multilingual Databases             PDF-Dictionaries