Download Free PDF- Traveldictionaries

- usable on android, iphone, smartphone, pc, apple, linux, tablet, usb ...

DUITS
luchtvaart [v]
- abstürzen
ENGELS
luchtvaart [v]
- crash
FRANS
luchtvaart [v]
- s'écraser
ITALIAANS
SPAANS
luchtvaart [v]
- estrellarse
ZWEEDS
luchtvaart [v]
- krascha
- krashlanda
- störta
PORTUGEES
luchtvaart [v]
- cair
THESAURUS
crashen [v]
- verongelukken
WERKWOORD
Tegenwoordig en verleden deelwoord
- neerstortend
- neergestort
Presens
- stort neer
- stort neer
- stort neer
- storten neer
- storten neer
- storten neer
Imperfect
- stortte neer
- stortte neer
- stortte neer
- stortten neer
- stortten neer
- stortten neer
Toekomende tijd I
- zal neerstorten
- zult neerstorten
- zal neerstorten
- zullen neerstorten
- zullen neerstorten
- zullen neerstorten
Conditionalis I
- zou neerstorten
- zou neerstorten
- zou neerstorten
- zouden neerstorten
- zouden neerstorten
- zouden neerstorten
Perfectum
- heb neergestort
- hebt neergestort
- heeft neergestort
- hebben neergestort
- hebben neergestort
- hebben neergestort
Voltooid verleden tijd
- had neergestort
- had neergestort
- had neergestort
- hadden neergestort
- hadden neergestort
- hadden neergestort
Toekomende tijd II
- zal neergestort hebben
- zult neergestort hebben
- zal neergestort hebben
- zullen neergestort hebben
- zullen neergestort hebben
- zullen neergestort hebben
Conditionalis II
- zou hebben neergestort
- zou hebben neergestort
- zou hebben neergestort
- zouden hebben neergestort
- zouden hebben neergestort
- zouden hebben neergestort
Imperatief
- -
- stort neer
- -
- -
- stort neer
- -
Impressum          Home           Multilingual Databases             PDF-Dictionaries