Download Free PDF- Traveldictionaries

- usable on android, iphone, smartphone, pc, apple, linux, tablet, usb ...

DUITS
bevestigen [v]
- anfügen
- anhängen
ENGELS
bevestigen [v]
- append
- affix
- join
FRANS
bevestigen [v]
- attacher
- joindre
- apposer
ITALIAANS
bevestigen [v]
- apporre
- aggiungere
SPAANS
bevestigen [v]
- adjuntar
- añadir
ZWEEDS
bevestigen [v]
- vidhänga
- fästa
- foga
PORTUGEES
bevestigen [v]
- juntar
- incluir
- afixar
THESAURUS
WERKWOORD
Tegenwoordig en verleden deelwoord
- aanhechtend
- aangehecht
Presens
- hecht aan
- hecht aan
- hecht aan
- hechten aan
- hechten aan
- hechten aan
Imperfect
- hechtte aan
- hechtte aan
- hechtte aan
- hechtten aan
- hechtten aan
- hechtten aan
Toekomende tijd I
- zal aanhechten
- zult aanhechten
- zal aanhechten
- zullen aanhechten
- zullen aanhechten
- zullen aanhechten
Conditionalis I
- zou aanhechten
- zou aanhechten
- zou aanhechten
- zouden aanhechten
- zouden aanhechten
- zouden aanhechten
Perfectum
- heb aangehecht
- hebt aangehecht
- heeft aangehecht
- hebben aangehecht
- hebben aangehecht
- hebben aangehecht
Voltooid verleden tijd
- had aangehecht
- had aangehecht
- had aangehecht
- hadden aangehecht
- hadden aangehecht
- hadden aangehecht
Toekomende tijd II
- zal aangehecht hebben
- zult aangehecht hebben
- zal aangehecht hebben
- zullen aangehecht hebben
- zullen aangehecht hebben
- zullen aangehecht hebben
Conditionalis II
- zou hebben aangehecht
- zou hebben aangehecht
- zou hebben aangehecht
- zouden hebben aangehecht
- zouden hebben aangehecht
- zouden hebben aangehecht
Imperatief
- -
- hecht aan
- -
- -
- hecht aan
- -
Impressum          Home           Multilingual Databases             PDF-Dictionaries