Download Free PDF- Traveldictionaries

- usable on android, iphone, smartphone, pc, apple, linux, tablet, usb ...

DUITS
plaats [v]
- gehören
ENGELS
plaats [v]
- belong
FRANS
plaats [v]
- être à sa place
- aller
ITALIAANS
plaats [v]
- avere il posto
- andare
SPAANS
plaats [v]
- deber estar
- pertenecer
ZWEEDS
PORTUGEES
THESAURUS
behoren [v]
- deel uitmaken
- horen bij
- toebehoren
horen [v]
WERKWOORD
Tegenwoordig en verleden deelwoord
- thuishorend
- thuisgehoord
Presens
- hoor thuis
- hoort thuis
- hoort thuis
- horen thuis
- horen thuis
- horen thuis
Imperfect
- hoorde thuis
- hoorde thuis
- hoorde thuis
- hoorden thuis
- hoorden thuis
- hoorden thuis
Toekomende tijd I
- zal thuishoren
- zult thuishoren
- zal thuishoren
- zullen thuishoren
- zullen thuishoren
- zullen thuishoren
Conditionalis I
- zou thuishoren
- zou thuishoren
- zou thuishoren
- zouden thuishoren
- zouden thuishoren
- zouden thuishoren
Perfectum
- heb thuisgehoord
- hebt thuisgehoord
- heeft thuisgehoord
- hebben thuisgehoord
- hebben thuisgehoord
- hebben thuisgehoord
Voltooid verleden tijd
- had thuisgehoord
- had thuisgehoord
- had thuisgehoord
- hadden thuisgehoord
- hadden thuisgehoord
- hadden thuisgehoord
Toekomende tijd II
- zal thuisgehoord hebben
- zult thuisgehoord hebben
- zal thuisgehoord hebben
- zullen thuisgehoord hebben
- zullen thuisgehoord hebben
- zullen thuisgehoord hebben
Conditionalis II
- zou hebben thuisgehoord
- zou hebben thuisgehoord
- zou hebben thuisgehoord
- zouden hebben thuisgehoord
- zouden hebben thuisgehoord
- zouden hebben thuisgehoord
Imperatief
- -
- -
- -
- -
- -
- -
Impressum          Home           Multilingual Databases             PDF-Dictionaries