Download Free PDF- Traveldictionaries

- usable on android, iphone, smartphone, pc, apple, linux, tablet, usb ...

DUITS
persoon [v]
- sperren
ENGELS
persoon [v]
- suspend
FRANS
persoon [v]
- suspendre
ITALIAANS
persoon [v]
- sospendere
SPAANS
persoon [v]
- suspender
ZWEEDS
persoon [v]
- suspendera
PORTUGEES
persoon [v]
- suspender
THESAURUS
uitstellen [v]
beëindigen [v]
- staken
- stopzetten
buitensluiten [v]
- uitsluiten
WERKWOORD
Tegenwoordig en verleden deelwoord
- schorsend
- geschorst
Presens
- schors
- schorst
- schorst
- schorsen
- schorsen
- schorsen
Imperfect
- schorste
- schorste
- schorste
- schorsten
- schorsten
- schorsten
Toekomende tijd I
- zal schorsen
- zult schorsen
- zal schorsen
- zullen schorsen
- zullen schorsen
- zullen schorsen
Conditionalis I
- zou schorsen
- zou schorsen
- zou schorsen
- zouden schorsen
- zouden schorsen
- zouden schorsen
Perfectum
- heb geschorst
- hebt geschorst
- heeft geschorst
- hebben geschorst
- hebben geschorst
- hebben geschorst
Voltooid verleden tijd
- had geschorst
- had geschorst
- had geschorst
- hadden geschorst
- hadden geschorst
- hadden geschorst
Toekomende tijd II
- zal geschorst hebben
- zult geschorst hebben
- zal geschorst hebben
- zullen geschorst hebben
- zullen geschorst hebben
- zullen geschorst hebben
Conditionalis II
- zou hebben geschorst
- zou hebben geschorst
- zou hebben geschorst
- zouden hebben geschorst
- zouden hebben geschorst
- zouden hebben geschorst
Imperatief
- -
- schors
- -
- -
- schorst
- -
Impressum          Home           Multilingual Databases             PDF-Dictionaries