Tegenwoordig en verleden deelwoord - middelend - gemiddeld Presens - middel - middelt - middelt - middelen - middelen - middelen Imperfect - middelde - middelde - middelde - middelden - middelden - middelden Toekomende tijd I - zal middelen - zult middelen - zal middelen - zullen middelen - zullen middelen - zullen middelen Conditionalis I - zou middelen - zou middelen - zou middelen - zouden middelen - zouden middelen - zouden middelen Perfectum - heb gemiddeld - hebt gemiddeld - heeft gemiddeld - hebben gemiddeld - hebben gemiddeld - hebben gemiddeld Voltooid verleden tijd - had gemiddeld - had gemiddeld - had gemiddeld - hadden gemiddeld - hadden gemiddeld - hadden gemiddeld Toekomende tijd II - zal gemiddeld hebben - zult gemiddeld hebben - zal gemiddeld hebben - zullen gemiddeld hebben - zullen gemiddeld hebben - zullen gemiddeld hebben Conditionalis II - zou hebben gemiddeld - zou hebben gemiddeld - zou hebben gemiddeld - zouden hebben gemiddeld - zouden hebben gemiddeld - zouden hebben gemiddeld Imperatief - - - middel - - - - - middelt - -