Download Free PDF- Traveldictionaries

- usable on android, iphone, smartphone, pc, apple, linux, tablet, usb ...

DUITS
algemeen [v]
- einreiben
- salben
- einschmieren
ENGELS
algemeen [v]
- anoint
FRANS
algemeen [v]
- oindre
ITALIAANS
algemeen [v]
- ungere
SPAANS
algemeen [v]
- untar
ZWEEDS
algemeen [v]
- smörja
- gnida in
PORTUGEES
algemeen [v]
- untar
THESAURUS
bestrijken [v]
- bedekken
- besmeren
oliën [v]
- doorsmeren
zalven [v]
WERKWOORD
Tegenwoordig en verleden deelwoord
- insmerend
- ingesmeerd
Presens
- smeer in
- smeert in
- smeert in
- smeren in
- smeren in
- smeren in
Imperfect
- smeerde in
- smeerde in
- smeerde in
- smeerden in
- smeerden in
- smeerden in
Toekomende tijd I
- zal insmeren
- zult insmeren
- zal insmeren
- zullen insmeren
- zullen insmeren
- zullen insmeren
Conditionalis I
- zou insmeren
- zou insmeren
- zou insmeren
- zouden insmeren
- zouden insmeren
- zouden insmeren
Perfectum
- heb ingesmeerd
- hebt ingesmeerd
- heeft ingesmeerd
- hebben ingesmeerd
- hebben ingesmeerd
- hebben ingesmeerd
Voltooid verleden tijd
- had ingesmeerd
- had ingesmeerd
- had ingesmeerd
- hadden ingesmeerd
- hadden ingesmeerd
- hadden ingesmeerd
Toekomende tijd II
- zal ingesmeerd hebben
- zult ingesmeerd hebben
- zal ingesmeerd hebben
- zullen ingesmeerd hebben
- zullen ingesmeerd hebben
- zullen ingesmeerd hebben
Conditionalis II
- zou hebben ingesmeerd
- zou hebben ingesmeerd
- zou hebben ingesmeerd
- zouden hebben ingesmeerd
- zouden hebben ingesmeerd
- zouden hebben ingesmeerd
Imperatief
- -
- smeer in
- -
- -
- smeert in
- -
Impressum          Home           Multilingual Databases             PDF-Dictionaries