Download Free PDF- Traveldictionaries

- usable on android, iphone, smartphone, pc, apple, linux, tablet, usb ...

DUITS
economie [v]
- Inflation verursachen
ENGELS
economie [v]
- inflate
FRANS
economie [v]
- faire de l'inflation
ITALIAANS
economie [v]
- inflazionare
SPAANS
ZWEEDS
economie [v]
- förorsaka inflation
PORTUGEES
economie [v]
- inflacionar
THESAURUS
WERKWOORD
Tegenwoordig en verleden deelwoord
- inflaterend
- geïnflateerd
Presens
- inflateer
- inflateert
- inflateert
- inflateren
- inflateren
- inflateren
Imperfect
- inflateerde
- inflateerde
- inflateerde
- inflateerden
- inflateerden
- inflateerden
Toekomende tijd I
- zal inflateren
- zult inflateren
- zal inflateren
- zullen inflateren
- zullen inflateren
- zullen inflateren
Conditionalis I
- zou inflateren
- zou inflateren
- zou inflateren
- zouden inflateren
- zouden inflateren
- zouden inflateren
Perfectum
- heb geïnflateerd
- hebt geïnflateerd
- heeft geïnflateerd
- hebben geïnflateerd
- hebben geïnflateerd
- hebben geïnflateerd
Voltooid verleden tijd
- had geïnflateerd
- had geïnflateerd
- had geïnflateerd
- hadden geïnflateerd
- hadden geïnflateerd
- hadden geïnflateerd
Toekomende tijd II
- zal geïnflateerd hebben
- zult geïnflateerd hebben
- zal geïnflateerd hebben
- zullen geïnflateerd hebben
- zullen geïnflateerd hebben
- zullen geïnflateerd hebben
Conditionalis II
- zou hebben geïnflateerd
- zou hebben geïnflateerd
- zou hebben geïnflateerd
- zouden hebben geïnflateerd
- zouden hebben geïnflateerd
- zouden hebben geïnflateerd
Imperatief
- -
- inflateer
- -
- -
- inflateert
- -
Impressum          Home           Multilingual Databases             PDF-Dictionaries