Tegenwoordig en verleden deelwoord - aanwervend - aangeworven Presens - werf aan - werft aan - werft aan - werven aan - werven aan - werven aan Imperfect - wierf aan - wierf aan - wierf aan - wierven aan - wierven aan - wierven aan Toekomende tijd I - zal aanwerven - zult aanwerven - zal aanwerven - zullen aanwerven - zullen aanwerven - zullen aanwerven Conditionalis I - zou aanwerven - zou aanwerven - zou aanwerven - zouden aanwerven - zouden aanwerven - zouden aanwerven Perfectum - heb aangeworven - hebt aangeworven - heeft aangeworven - hebben aangeworven - hebben aangeworven - hebben aangeworven Voltooid verleden tijd - had aangeworven - had aangeworven - had aangeworven - hadden aangeworven - hadden aangeworven - hadden aangeworven Toekomende tijd II - zal aangeworven hebben - zult aangeworven hebben - zal aangeworven hebben - zullen aangeworven hebben - zullen aangeworven hebben - zullen aangeworven hebben Conditionalis II - zou hebben aangeworven - zou hebben aangeworven - zou hebben aangeworven - zouden hebben aangeworven - zouden hebben aangeworven - zouden hebben aangeworven Imperatief - - - werf aan - - - - - werft aan - -