Download Free PDF- Traveldictionaries

- usable on android, iphone, smartphone, pc, apple, linux, tablet, usb ...

DUITS
algemeen [v]
- aufschwatzen
- andrehen
handel [v]
- andrehen
- anhängen
- aufschwätzen
ENGELS
algemeen [v]
- foist
handel [v]
- talk into
- palm off on
- palm off onto
FRANS
ITALIAANS
SPAANS
ZWEEDS
algemeen [v]
- pracka på
handel [v]
- lura på
- pracka på
PORTUGEES
THESAURUS
WERKWOORD
Tegenwoordig en verleden deelwoord
- aansmerend
- aangesmeerd
Presens
- smeer aan
- smeert aan
- smeert aan
- smeren aan
- smeren aan
- smeren aan
Imperfect
- smeerde aan
- smeerde aan
- smeerde aan
- smeerden aan
- smeerden aan
- smeerden aan
Toekomende tijd I
- zal aansmeren
- zult aansmeren
- zal aansmeren
- zullen aansmeren
- zullen aansmeren
- zullen aansmeren
Conditionalis I
- zou aansmeren
- zou aansmeren
- zou aansmeren
- zouden aansmeren
- zouden aansmeren
- zouden aansmeren
Perfectum
- heb aangesmeerd
- hebt aangesmeerd
- heeft aangesmeerd
- hebben aangesmeerd
- hebben aangesmeerd
- hebben aangesmeerd
Voltooid verleden tijd
- had aangesmeerd
- had aangesmeerd
- had aangesmeerd
- hadden aangesmeerd
- hadden aangesmeerd
- hadden aangesmeerd
Toekomende tijd II
- zal aangesmeerd hebben
- zult aangesmeerd hebben
- zal aangesmeerd hebben
- zullen aangesmeerd hebben
- zullen aangesmeerd hebben
- zullen aangesmeerd hebben
Conditionalis II
- zou hebben aangesmeerd
- zou hebben aangesmeerd
- zou hebben aangesmeerd
- zouden hebben aangesmeerd
- zouden hebben aangesmeerd
- zouden hebben aangesmeerd
Imperatief
- -
- smeer aan
- -
- -
- smeert aan
- -
Impressum          Home           Multilingual Databases             PDF-Dictionaries